Over de auteur

zie de pagina 'Over'

Auteurarchief %s Edwin

Digitale paranoia

Ik geef het toe; ik lijd aan een vrij ernstige vorm van digitale paranoia. Op internet denk ik dat elke klik van mij wordt bijgehouden en dat ik op elke website wordt achtervolgd.

Laatst ontdekte ik een tool om in WordPress het gedrag van bezoekers te volgen. Daar zijn er waarschijnlijk legio van, maar deze gaat zover dat je bijna letterlijk de bewegingen van de muis van de bezoekers kunt volgen. Uiteraard alleen met de beste bedoelingen, gewoon omdat het meer informatie geeft over hoe jouw bezoekers zich over je website begeven. Het blijft een gek idee om zo je publiek in de gaten te houden.

En dan te bedenken dat die WordPress-plugin slechts kinderspel is vergeleken met wat marketingafdelingen en softwareontwikkelaars kunnen bijhouden van bezoekers. Die kunnen namelijk allerlei listige dingen doen met cookies of verborgen pixels. Een bekend voorbeeld is als je op internet hebt gezocht naar een spijkerbroek bij bijvoorbeeld Wehkamp, dat je later op andere websites allemaal advertenties van Wehkamp met spijkerbroeken tegenkomt.

Ongevraagd bijhouden

En als je surfgedrag al niet wordt bijgehouden door adverteerders met behulp van cookies, dan gebeurt dat wel door browsers of programma’s die je op je pc geïnstalleerd hebt. Alle reden voor mij om heel achterdochtig te worden. ‘Heb je dan iets te verbergen?’, is vaak de tegenvraag. Het is niet dat ik zulke duistere dingen doe op het web, maar ik wil gewoon niet dat bepaalde mensen of bedrijven ongevraagd allerlei gegevens over mij bijhouden. Dus ja we hebben allemaal iets te verbergen.

Om die reden gebruik ik ook niet de zoekmachine van Google, maar liever die van Startpage. En hoewel ik mijn kinderen ook probeer op te voeden met het idee dat ze niet al hun gegevens zomaar op internet moeten weggeven, worden hele generaties opgevoed met Chromebooks en Google. Daar kan je met je privacy-principes niet tegen op.
Een andere manier om je privacy een beetje beter te beschermen, is het gebruik van een VPN-verbinding. Een absolute must als je het mij vraagt, mits je een betrouwbare VPN-provider kiest.

Geen medicijn

Ik heb geen behoefte aan een medicijn tegen mijn paranoia. Ik kan er prima mee leven en verbaas me alleen over mensen die achteloos omgaan met hun privégegevens op internet. We zouden ons veel bewuster moeten zijn van onze data en privacy. Al wordt dat met de smartphones, mobiele apps en clouddiensten wel steeds lastiger.

Voor mij dus altijd een VPN-verbinding en een private browser of -op dagen dat ik het echt te pakken heb- een virtueel besturingssysteem in combinatie met een Tor-browser, want ‘ze’ hoeven niet alles van je te weten.

Geen e-mailverbod buiten werkuren

Al dat werken op afstand is mooi voor de werk-privé balans, maar het heeft ook een keerzijde. Mag je zomaar ‘s avonds van je manager je werkmail negeren of ongelezen laten of wordt er van je verwacht dat je je werkmail leest?

Met het thuiswerken vanwege de coronapandemie is de scheiding tussen werk en privé behoorlijk onder druk komen te staan. In het Verenigd Koninkrijk is daarom voorgesteld om werkgevers een verbod op te leggen op het versturen van e-mail naar werknemers buiten werkuren. Dit zou de gezondheid van medewerkers ten goede komen omdat ze dan niet meer de hele tijd ‘aan’ hoeven te staan.

Onduidelijke uren

Het klinkt als een sympathiek idee, maar het is praktisch onhaalbaar, lijkt me. Is het bijvoorbeeld duidelijk welke uren nog werkuren zijn en welke niet? Zeker met al het thuiswerken waarbij we toch onregelmatiger werken dan voorheen op kantoor.

Als ZZP’er ken ik het probleem. Ik houd zorgvuldig mijn werkuren bij voor de Belastingdienst. Als ik ‘s avonds niet werk maar toch even mijn mailbox check, schrijf ik dat meestal niet op als werktijd. Bovendien is het soms juist prettig om ‘s avonds nog even iets af te maken, is mijn ervaring.

Als freelancer zijn de grenzen tussen werk en privé nog verder in elkaar overgelopen dan voor de meeste werknemers. Een vakantie thuis vind ik daarom lastig omdat ik vaak toch nog even dit of dat wil doen, zelfs als ik ‘vrij’ ben. Het werken houdt voor mij pas echt op als ik fysiek weg ben van huis, dus in een hotel, op een camping of elders.

Verboden te lezen

De oplossing voor de gespannen werk-privé balans ligt volgens mij ook niet in een verbod voor werkgevers om buiten werkuren te mailen, maar eerder in afspraken waarbij is vastgelegd dat werknemers niet op elk moment geacht worden hun werkmail te lezen. Met andere woorden: werkgevers mogen buiten werkuren blijven mailen, maar werknemers hoeven die mails niet op dat moment te lezen en al zeker niet erop te reageren. Volgens mij is er in Frankrijk enige tijd geleden een dergelijke maatregel ingevoerd.

Doe iets leuks

Het probleem is ook niet nieuw, maar het is wel nog actueler geworden door de coronamaatregelen en het massale thuiswerken van het afgelopen jaar. Vakbond FNV adviseert thuiswerkers om zoveel mogelijk volgens vaste tijden te werken en op tijd te stoppen, ‘zodat je niet het gevoel krijgt dat het werk nooit ophoudt’. Ook wordt aangeraden na werktijd je werkspullen uit het zicht te leggen. Misschien ligt daar wel het eenvoudigste antwoord. Na werktijd berg je je werkmobiel of je laptop gewoon op omdat je vrij bent. Ga vervolgens iets doen wat je leuk vindt, bijvoorbeeld lezen, koken, wandelen of je verdiepen in een onderwerp dat je interessant vindt. Zo komen werk en privé hopelijk weer in een gezonde balans en is een mailverbod niet nodig.

Wat staat daar nou eigenlijk?

Regelmatig erger ik me groen een geel aan het taalgebruik van bedrijven, vooral in persberichten. Er zit vaak teveel jargon in, wollige managementtermen en veel te lange zinnen.

Gelukkig ben ik niet de enige die zich opwindt over het vreemde taalgebruik in het bedrijfsleven. Japke-d. Bouma heeft er ook wekelijks een mooie column over in de NRC.

Wat ik met haar deel is de ergernis die ontstaat bij het gebruik van onnodige Engelse termen. Dat loopt wat mij betreft echt de spuigaten uit. Waarom hebben winkels het bijvoorbeeld alleen nog maar over ‘sale’, in plaats van ‘uitverkoop’? En hoezo ‘cashback’, dat is toch gewoon ‘korting achteraf’? Waarom plannen we alleen nog maar ‘meetings’, in plaats van vergaderingen en versturen we dagelijks ‘invites’, maar geen uitnodigingen? Al die lelijke termen zijn toch nergens voor nodig, of klink ik nu ouderwets?

IT-jargon

Natuurlijk verschilt het gebruik van Engelse woorden per sector. In de IT-wereld is het gebruikelijk om bepaalde zaken in het Engels aan te duiden. Voor sommige begrippen is alleen maar een Engelse naam bekend. Neem bijvoorbeeld Denial-of-Service aanval. Ik heb daar nog geen goed Nederlands alternatief voor gevonden dus dat neem ik graag over. Maar bedrijven schuwen niet om het in Nederlandse teksten te hebben over ‘cloud native apps’ of een ‘customer centric’ strategie. Ik krijg er jeuk van.

Te lang

Wat mij verder opvalt, zijn de enorm lange zinnen die in Engelstalige persberichten voorkomen en die gewoon naar het Nederlands worden vertaald. Kennelijk zijn internationale bedrijven er dol op om zoveel mogelijk informatie in één zin te stoppen. Vervolgens gaan PR-bureaus aan het vertalen en maken er dan zoiets van als deze zin: “Op deze manier zijn IT-beveiligingsspecialisten gewapend met alle technologieën die ze nodig hebben om de ontdekking van multidimensionale bedreigingen op zowel eindpunt- als netwerkniveau te beheren, uit te voeren, effectieve onderzoeken uit te voeren, proactieve bedreigingen op te sporen en een snelle, gecentraliseerde respons te leveren – allemaal via één enkele oplossing.”

Eh wat?

En ook de volgende zin moest ik twee keer lezen voordat ik begreep wat er wordt bedoeld: “Met zo’n hybride infrastructuur kunnen bedrijven het beheer van prestaties en beschikbaarheid samenvoegen en tegelijkertijd de nieuwe mogelijkheden en opties voor multi-cloudimplementaties omarmen.”

Ok, nog eentje dan: “Met een cloud-first architectuur en een intuïtieve, low-code/no-code interface maakt dit bedrijf transformatieve technologieën zoals AI en machine learning gemakkelijk toepasbaar en inzetbaar binnen de onderneming. “ En dit zijn vast niet eens de ergste voorbeelden.

De bovenstaande zinnen zijn dus te lang met teveel onduidelijke termen waardoor veel lezers de draad zullen kwijtraken. Durf nou eens een punt te zetten en een zin in twee of drie delen te hakken. Daar wordt de tekst veel helderder en beter leesbaar van. En houd op met het gebruik van onnodige Engelse termen!

Wil je wel een duidelijk geschreven tekst, informeer dan gerust eens naar de mogelijkheden via de contactpagina.